2019 | Text | A declaration of love to paint – Een obsessieve liefdesverklaring aan de verf

Annelies A.A. Vanbelle

 (Art Journalist & Copywriter)

 

Karien Deroo likes to be in her studio. She is so passionately in love with the material and the color of paint that she prefers to reside in this place, where she is surrounded by the things that feed her monomaniac obsession: tubes of oil paint, sophisticated color palettes, bouquets of brushes, easels in different sizes, books about contemporary and old masters, canvases that await adequate continuation and music that directs the rhythm of her process.

Her preferred medium is oil paint. Acryl does not suit this autodidact, former graphic designer and illustrator, who has extensively studied the old masters. It is like candlelight versus fluorescent light, she says. The slowness of the medium, the creamy texture, the odour, the kneading and smearing, the transparent versus the opaque and the buttery in between: these are tactile, almost erotic sensations that steer and sustain her love affair.

For three years she worked secretly in her studio, before presenting her paintings for the first time in 2011. Finally she dared to do to what she always wanted to do and what she was made for. In the beginning she was still strongly committed to realistic figuration, but more and more she allowed freedom in her way of painting and welcomed flexibility, a desire to let the brushes determine the dance on the canvas, to let the colours rule. Dark in confrontation with light, warm in addition to cold, and sometimes naughty excesses such as candy pink or shameless ultramarine. Through her landscapes she learns to let go more in her portraits and to let the paint prevail.

She always starts with the eyes. The gaze is the focal point of every work. Carefully she builds around this. With daring colour strokes and spots, she explores how far she can go in abstracting the curves of a face. She flirts with the edges of reality, with splashes, smears and drippings. Her figures always become so much more than the literal expression of a human face or an outlined shape. It is as if the feelings force themselves on, and direct the artist from within, from the soul of a work, to unexpected movements. What you get as a result is a hybrid image, half carefully worked out, half beautifully derailed – the tangible and the unworldly at a glance. The creatures of Karien Deroo are Janus heads, who unite control and uncontrolledness in themselves.

Although they are always somewhat disturbing and seem to languish in a realm of Unheimlichkeit, the emotion does not splash open in your face. It is muted pathos, it are wuthering heights with a misty filter, it is subdued romance. One by one her paintings breathe the human deficit, although it is impossible to detect where exactly it is located. Do we see sadness? Or is it fear? Or disillusion? In any case, it seems like a failed search for beacons, a fruitless quest for solid ground or nest heat.

Just as Deroo relies on film stills for her paintings, the final works are snapshots. They hold still on the moment it becomes clear that redemption is not coming, just before or just after the big scream. Each of her characters looks like a castaway on a wild sea, realizing that a rescue is not immediately in sight and may never come. Apparently frozen in an affective no man’s land, that’s how they stare at us. It is sometimes said that my works in a way are self-portraits, the artist tells me, not without hesitation. As if she knows that this melancholy comes from somewhere, but that does not necessarily have to be made explicit.

What comforts a covert melancholic? The gift of beauty, always and everywhere available, to enjoy endlessly. In her painting practice Deroo finds a reliable partner who is always present, even in the darkest hours, who never disappoints and never bores. Paint as a delicate, stimulating ally, a passion that can be experienced even in supreme silence and isolated concentration.

Annelies A. A. Vanbelle, Bruges, October 2019.

~

Het liefst is ze in haar atelier, Karien Deroo is zo vurig verliefd op de materie en de kleur van verf, dat ze bij voorkeur vertoeft op de plek waar ze enkel wordt omringd door datgene waarmee haar monomane obsessie wordt gevoed: ettelijke tubes olieverf, uitgekiende paletten, hele boeketten aan penselen, schildersezels van verschillende taille, boeken over hedendaagse en oude meesters, doeken die wachten op een adequate verderzetting en muziek die het ritme van haar bezetenheid bepaalt.

Haar geprefereerde medium is olieverf. Acryl past niet bij deze autodidact, voormalig grafisch ontwerper en illustrator, die extensief de oude meesters heeft bestudeerd. Het is als kaarslicht tegenover tl-licht, zegt ze zelf. De traagheid van het medium, het smeuïge, de geur, het kneden en uitsmeren, het transparante versus het dekkende en het boterachtige daartussenin: het zijn tactiele, haast erotische gewaarwordingen die haar liefdesrelatie sturen en steeds weer bestendigen.

Drie jaar verschanste ze zich in haar atelier, vooraleer ze voor het eerst, in 2011, naar buiten kwam met haar schilderijen. Om te doen wat ze altijd wilde doen, en waarvoor ze gemaakt is. In het begin hield ze nog sterk vast aan realistische figuratie, maar steeds meer liet ze een vrijheid toe in haar schriftuur, trad een souplesse in, een goesting om de penselen de dans te laten bepalen op doek, om de kleuren te laten regeren. Donker bezijden licht, warm naast koud, en soms stoute uitspattingen als snoepjesroze of schaamteloos ultramarijn. Via haar landschappen leert ze om ook in haar portretten los te laten, de teugels te vieren, de verf te laten zegevieren.

Steeds begint ze met de ogen, de blik als brandpunt van elk werk. Daarrond bouwt ze zorgvuldig op. Met gewaagde kleurvlakken en -toetsen tast ze af hoever ze kan gaan in het abstraheren van de rondingen van een gezicht. Ze flirt met de randen van de werkelijkheid, met spatten, vegen en drippings, waardoor haar figuren altijd zoveel meer worden dan de letterlijke neerslag van een menselijk gelaat of een afgelijnde gedaante. Het is alsof de gevoelens zich opwerpen en opdringen, en de kunstenaar vanuit de binnenkant, vanuit de ziel van een werk, dirigeren tot onvermoede bewegingen. Wat je krijgt is een hybride beeld, half nauwgezet uitgewerkt, half ontspoord – het tastbare en het onwereldse in één oogopslag. De wezens van Karien Deroo zijn januskoppen, die in zichzelf gecontroleerdheid en ongecontroleerdheid bijna vredig verenigen.

Hoewel ze steeds licht ontwrichtend zijn en lijken weg te kwijnen in een zweem van unheimlichkeit, spat de emotie niet open in je gezicht. Het is gedempte pathos, het zijn woeste hoogten waarover een mistige filter is komen te liggen, het is romantiek van een ingetogen soort. Stuk voor stuk ademen ze het menselijke tekort, al is niet te detecteren waar het zich precies situeert. Is het verdriet? Is het angst? Is het desillusie? In elk geval is het verlangen dat niet ingewilligd wordt, een tasten naar bakens dat mislukt, een vruchteloze zoektocht naar vaste grond of nestwarmte.

Net zoals Deroo zich baseert op filmstills voor haar schilderijen, zijn de uiteindelijke werken momentopnames. Ze houden halt op het ogenblik dat duidelijk is geworden dat de verlossing niet komt, net vóór of net nadat de grote schreeuw uitbreekt. Elk van haar personages lijkt een schipbreukeling op een wilde zee, maar dan wel een die zich ondertussen realiseert dat een redding niet meteen in zicht is en wellicht nimmer komt. Als bevroren in een affectief niemandsland, zo staren ze ons aan. Men zegt wel eens dat je werken steeds zelfportretten zijn, zegt de kunstenaar me, niet zonder enige schroom. Alsof ze ook wel weet dat die spiegel van melancholie ergens vandaan komt, maar dat niet noodzakelijk moet worden geëxpliciteerd.

De grote troost van de melancholicus? De schoonheid, altijd en overal beschikbaar, om eindeloos in te zwelgen. Deroo heeft in haar werk alvast een betrouwbare partner gevonden die zelfs in de donkerste uren present geeft, nooit teleurstelt, nooit verveelt. Verf als tere, prikkelende bondgenoot, een passie die zelfs in opperste stilte en geïsoleerde concentratie kan worden beleefd.

Annelies A.A. Vanbelle, Brugge, oktober 2019